Boerenpaté uit Veurne Ambacht

De basistechniek van het pasteibakken kwam van landbouwersvrouwen die na de slacht varkensvlees verwerkten in onder meer pasteien. In Europa gebeurde dat vooral in noordelijke gebieden met koude winters. In warmere gebieden werden van het varken meer droge producten gemaakt zoals salami en gedroogde hammen.

Productiekernen van pasteimakers vinden we nog altijd rond centra van de varkenskweek, zoals in West-Vlaanderen. In de streek van Veurne Ambacht is paté uitgegroeid tot een van de streekspecialiteiten. De ‘ouderwetsche' Boerenpaté van de Veurn'Ambachtsche wordt gemaakt met dezelfde grondstoffen en op dezelfde manier zoals dat vroeger op de boerderijen gebeurde. De basis is varkenslever en varkensvlees. Het vlees wordt een tiental minuten geblancheerd en vervolgens gemengd met gekookte bouillon, gestoofde ui, boerenboter, gemengde kruiden en keukenzout. Dat mengsel wordt gemalen en in terrines afgevuld.

De pastei wordt afgedekt met een varkensnet en vervolgens gebakken. Het bakken gebeurt op lage temperatuur zodat de pastei niet uitdroogt en alle smaken bewaard worden. Voor de boerenpastei is de oventemperatuur 120°C tot 150°C om tot een kerntemperatuur van 72° te komen. Deze ‘ouderwetsche' boerenpaté heeft een typische grijsbruine kleur, een grove, maar toch smeerbare structuur en een duidelijke leversmaak.

bron: Streekproduct.be